Iedereen kan leren zingen. De een zal alleen wat meer aanleg hebben dan de ander. Iedereen heeft wel eens die kinderliedjes gezongen op school en weet hoe je een klank maakt. De een zijn stem klinkt mooier dan de ander en bij de ene klinkt het vals of juist precies op toon. Bij het zingen gaat het meestal om het afleren van gewoontes in het begin. Vaak wordt er over zingen zeer ingewikkeld gedaan omdat het een moeilijk vak is. Het tegendeel is waar.
Eigenlijk gebruik je bij zingen je natuurlijk instrument. Baby’s hebben dan ook de beste stembeheersing, omdat zij precies zo omgaan met hun stem zoals hij is bedoeld. Als je eenmaal je oude gewoontes afleert kun je aan de technieken gaan werken die zorgen voor een levenslang behoud van je stem.
Er zijn mensen die beweren dat ze geen les nodig hebben omdat ze van nature de perfecte stem hebben. Echter hebben zij geen weet van de technieken die nodig zijn om bepaalde klanken te kunnen maken of bepaalde noten te kunnen halen. Zangles is hard nodig om de stem in het juiste gareel te houden. Je oude fouten kunnen er weer insluipen in het begin als je niet op regelmatige basis les neemt. Na een bepaalde tijd zullen veel technieken in de automatische piloot zitten en hoef je er niet meer aan te denken. Om te leren fietsen moet je het vaak doen. En als je eenmaal kan fietsen, leer je het nooit meer af. Met zingen is het net zo.
Veel technieken gaan op de automatische piloot. Daardoor kun je weer nieuwe informatie opnemen. Als je uiteindelijk de basis bezit van het zingen hoef je die automatische piloot alleen maar te blijven trainen. Als je vaker traint komen er des te meer technieken op de automatische piloot. Zanglessen zijn ook nodig voor de constante herhaling en programmering van je hersenen.
Je kunt een prachtige stem hebben maar zonder gevoel en presentatie is het eigenlijk nog niets. Een prachtige stem is natuurlijk altijd meegenomen maar dat is één van de vele ingrediënten. Als iemand met een mooie stem een nummer zingt en elke toon raakt, maar het komt absoluut niet bij jou aan, dan betekent die mooie stem ook niet veel meer.
Bij het zingen draait het er altijd om, om een gevoel naar buiten te brengen. Dat betekent dat je de inhoud van je tekst moet kennen. Als iemand gewoon een liedje zingt blijft dit gewoon een liedje en betekent dit helemaal niks. En als je de techniek niet beheerst gaat die prachtige stem het na een kleine periode het niet meer doen.
Dus wat heb je nodig om goed te kunnen zingen en je lied over te brengen: techniek, interpretatie en presentatie. Deze worden in een ander hoofdstuk allemaal apart behandeld. Als je deze 3 factoren volledig eigen hebt gemaakt heb je een zangstem voor heel je leven. En vergis je niet wat hier allemaal bij komt kijken.
Als je begint met zanglessen zul je altijd als eerst de techniek krijgen. Je zult altijd eerst aan de basistechnieken werken voordat je met de andere factoren bezig zult zijn. Alle factoren zul je ook blijven behandelen en herhalen, want we moesten immers die automatische piloot trainen.
Als je deze 3 factoren altijd in je achterhoofd houd kom je iedere keer een stapje verder. Soms heb je, je dag even niet en werkt 1 van deze factoren niet mee. Dan is het vaak verstandig er ook niet te hard aan te gaan trekken. Het kan zijn dat je af en toe een stap terug valt en dan de volgende keer weer 3 omhoog klimt. Uiteindelijk kom je dus een heel eind.
Open keel
Deze techniek is vooral belangrijk om er voor te zorgen dat je je stem behoud. De open keel zorgt er voor dat de lucht door een vrije ingang naar buiten en naar binnen kan. Als er lucht naar binnen kan komen zonder obstakels zet je buik uit. Je kunt controleren of je keel open staat door een keffertje na te doen. Gaat dit heel makkelijk, dan staat je keel open. Deze stand moet je ook altijd hebben tijdens het zingen. Want je kunt immers niet zingen als je keel dicht staat. Het is dus ook belangrijk dat je aan het begin van iedere zin je keel open hebt staan. Het helpt ook om een “h” te zingen als je met een klinker moet beginnen. Gaat je keel dicht dan merk je dat meteen aan je stem, omdat die dan moeite heeft met het uitzingen van de noten. Of je voelt zelfs pijn. Mocht je pijn voelen, dan is het zaak eerst die open keel te vinden. Denk ook aan een hete aardappel in je keel.
Heel vaak gebeurt het dat mensen gaan knijpen in de hoogte. Het samenknijpen van de keel. Dat is erg schadelijk, en moet dan ook voorkomen worden. Als je keel open staat kan die hoge klank er wel uit. Dit moet wel gepaard gaan met een open mond stand, omdat je anders de hoge tonen niet haalt.
Het klinkt misschien gek, maar bij het zingen wordt vaak vergeten dat de lucht door de mond moet en dus ook open moet staan. Je kunt de klank niet goed laten horen als je, je mond bijna dicht hebt staan. Als je water uit de kraan wilt laten stromen zul je hem eerst open moeten draaien.
Dit houd in dat je je keel open moet zetten en ook de mond. Je mond staat eigenlijk ook niet dicht. Je moet namelijk klaar staan voor iedere zin die je wilt zingen. Met zingen win je dan ook geen schoonheidsprijs. Als je met een open mondstand begint te zingen is je keel ook open behalve als je knijpt. Zoals ik al eerder zei is het handig al je keel open staat om hoge klanken te kunnen maken. Maar vaak wordt de mondstand hierbij vergeten. Als je die klein houd zal het nog niet gaan lukken om die hoge noot te halen. Je mond kan vaak ook veel verder open wil je die tonen halen. Je kan eens in de spiegel kijken terwijl je zingt. Je kunt je mond tot zover open doen dat je nog wel het gevoel van een elastiekje hebt. Dus je trekt hem open en de kin zal automatisch weer terug willen komen. Er mag dus niet te veel spanning op staan maar je kunt het beste je mond wel actief open blijven houden. Deze stand heb je nodig voor hoge noten, maar ook tijdens het zingen. Je mond hoeft maar een klein beetje open te staan als je een open keel wilt houden aan het begin van de zin. Dit houdt dus in dat je tijdens het lied vaak je kin naar beneden hebt staan, een open mond dus. Maar je kin moet wel actief blijven dus gaat je mond ook weer wat dichter, maar nooit helemaal dicht. Dus je kin gaat tijden het zingen eigenlijk heen en weer. Het is altijd erg belangrijk dat je actief met je mondstand omgaat tijdens het zingen. Dit maakt het zingen ook veel gemakkelijker. In het begin moet je er vaak op gewezen worden dat je je mond open houd om dit in de automatische piloot te krijgen. Probeer dit te onthouden als het elastiek effect.
Ademhaling
De ademhaling is zeer belangrijk om niet buiten adem te raken tijdens het zingen en om rustig in het nummer te zitten. Als je zenuwen hebt is dit het eerste wat niet goed gaat. Je adem zit hoog en je bent onrustig. Daarom zijn ademhalingsoefeningen heel belangrijk om te doen voordat je auditie gaat doen.
Ieder mens haalt van nature adem en denkt daar niet over na. Tijdens het zingen is dat meestal wat lastiger. Je moet lange zinnen maken en soms ook op specifieke momenten ademhalen.
Nu wordt er al 1 fout gemaakt en dat is ademhalen. Tijdens het zingen haal je geen adem maar komt die automatisch naar binnen. Dit kun je oefenen door eerst al je lucht uit te blazen en dan je keel open te zetten voor nieuwe lucht. In deze oefening is het niet de bedoeling dat je, je lucht naar binnen zuigt maar naar binnen laat komen. Als je, je lucht uitblaast zul je merken dat je buikspieren zijn aangespannen. Als je dan je keel open zet en je buikspieren los laat komt de lucht vanzelf naar binnen.
Dus eigenlijk is het heel simpel. Heb je geen lucht meer om verder te zingen, dan laat je, je buikspieren los en komt de nieuwe lucht vanzelf naar binnen. Ben je snel buiten adem of kun je maar hele korte zinnen zingen, dan zit je te hoog in je ademhaling. Je buik moet meebewegen op je ademhaling. Als je inademt zet je buik uit en als je uitademt wordt je buik weer vlak.
De ademsteun is niets meer dan het gelijkmatig uitademen van je lucht. Hier wordt vaak heel heftig over gedaan. Het is een mooie term, maar hoort eigenlijk gewoon bij de ademhaling en de buikspieren. Blaas al je lucht eens uit en laat je buikspieren los. Nu stroomt er nieuwe lucht naar binnen. Laat langzaam de buikspieren los en maak bij je mond een “s” klank. Maar om nu nog wel de controle te houden over de uitgaande lucht moet je, je buikspieren licht aanspannen. En ben je bij je laatste beetje lucht, dan trek je de buikspieren harder aan en je merkt dat je nog even door kan gaan met de “s” klank. Er wordt wel eens beweerd dat je de buik uitgezet moet houden. Maar wat je dan krijgt is een soort vacuüm. Dit is dan ook geen prettig gevoel en waarschijnlijk kun je geen eens normale klanken maken tenzij dit is aangeleerd. Je kunt dus inderdaad ook verkeerde technieken aanleren. Alles wat vanaf het begin af aan niet goed voelt is geen goede techniek. Mede omdat de stem een natuurlijk apparaat is van het lichaam. Dus wees er dan ook zuinig op.
Wil je een lange zin zingen dan moet je niet extra lucht erbij happen, omdat dat overdruk geeft. Begin je aan de eerste noot, dan zal die lucht direct vrij komen en als loze lucht verdwijnen langs de noot die je aan het zingen bent. Extra lucht happen heeft dus geen zin want je bent het net zo snel weer kwijt.
Zing ook het einde van de zin uit. Heel vaak wordt de zin aan het eind afgekapt. Het lijkt dan net of ze de finish net niet halen. En dat is zonde, omdat het dan afgeraffeld wordt. Dit kan zelfs de doodslag zijn van het goed brengen van een nummer.
Je houding tijdens het zingen is zeer belangrijk. De lucht uit je luchtpijp moet vrijbaan hebben naar buiten. Als je schuin staat kan de lucht niet met alle gemak naar buiten. Je luchtpijp moet recht zijn en vrij van spanning. Hiervoor moet je op 2 benen staan met ruimte tussen de voeten. Je schouders moeten ontspannen laag zijn en niet te ver naar voren staan. Je nek moet lengte behouden aan de achterkant. Dit bereik je door je kruin omhoog te denken. Hierdoor zal je kin iets omlaag gaan staan. Bij hoge noten is het zeer belangrijk deze stand te bewaren. Als je, je hoofd te ver naar achter kantelt kan de lucht niet meer via een rechte baan naar buiten. Dus bij de hoge noten is je kin eerder omlaag dan omhoog. Probeer maar eens een noot te zingen op 1 hoogte en beweeg je kin van laag naar hoog. Je zult opmerken dat hoe hoger je kin staat, hoe moeilijker het wordt om te zingen.
De beste stand van je lichaam kun je voelen door te gaan liggen. Als je ligt is je lichaam in zijn beste positie om te zingen. Je buikademhaling is meteen goed en de lucht heeft een vrije weg naar buiten. Ook is het belangrijk om ontspannend te zingen. Als je ontspannen bent is je adem laag in de buik en kun je, je volledige klankkast gebruiken. Ook kun je de ademsteun goed onder controle houden. Bij een ontspannen lichaam kun je de spieren in jou voordeel laten werken.
De klankkast is het geen wat zorgt voor de kleur van jou stem en de volheid daarvan. De klankkast is je hele lichaam. Ook kun je de klankkast bijsturen om een bepaalde klank te krijgen. Er zijn een aantal delen in je lichaam waar je invloed op kunt uitoefenen. Die invloed gaat wel vanuit jouw eigen stem. Het is dus niet zo dat je ineens een heel andere stem kan maken. Je stembanden groeien tijdens een groot deel van je leven door, dus zullen veranderingen plaatsvinden die je niet onder controle kunt houden. Je moet ook niet alles onder controle willen houden. Je stem is er al en het is belangrijk om dit geheel los te laten naar buiten. Je kunt je klank sturen door gebruik te maken van een aantal spieren. Veel gebruikte spieren ter bevordering van de stem zijn de rugspieren, buikspieren en zijspieren.
De buikspieren gebruik je om je klank vol te laten klinken en dit te behouden ook aan het einde van een zin. Dit is dus eigenlijk de ademsteun maar deze kun je dus ook specifieker gebruiken. Je buikspieren zijn dus uitermate belangrijk om te gebruiken. Natuurlijk is er ook verschil in hoe sterk je ze aantrekt. Als je ze harder aantrekt wordt je klank voller. Laat je ze langzaam los, dan krijg je een wat lichtere stem. Niet in elk lied is dit altijd mooi. Dit moet je dus variëren. Je doet er ook goed aan om je buikspieren te trainen. Zo bouw je meer kracht op en kun je meer met je buikspieren bereiken.
De rugspieren worden vaak vergeten. Als je de rugspieren gebruikt ondersteund dit ook meteen de buikspieren. Je gebruikt nu de hele klankkast onderin rondom je buik. Als je de rugspieren aanspant zul je merken dat je ribben uitzetten. Nu gebruik je ook het gebied rond je middenrif. Dit gebied hoort ook bij je ademsteun. Bij de één zullen de rugspieren automatisch meegaan als ze de buik aanspannen. Bij de ander niet. Daarom heb ik deze spieren niet bij de ademsteun behandeld maar benoem ik die hier. De rugspieren zijn niet alleen de ondersteuning van je ruggengraat, maar ook het ruggengraat zelf van je stem. Ze spelen dus wel een grote rol tijdens het zingen. Uiteindelijk gaat dit met trainen ook op de automatische piloot. In het begin moet je er vaak aan denken maar later zul je dat maar af en toe hoeven te doen.
De zijspieren gaan automatisch mee als de buikspieren en rugspieren zijn gespannen, omdat ze bij je klankkast horen benoem ik ze wel. De zijspieren hebben de functie om je klankkast rondom je buik als het ware te sluiten. Je zult ze niet letterlijk gaan aantrekken maar je voelt ze wel aanspannen wanner je de buik aantrekt samen met de rugspieren.
Ik noem het nu klankkast kleuren omdat ik stem kleuren eigenlijk als iets aparts zie. Ik werk vanuit je eigen stem met jouw bestaande kleur om die uit te breiden. Er zijn ook mensen die werken vanuit stem kleuren. Ik vind dat je iedere stem het beste kan benaderen vanuit zijn eigen kleur, omdat dat je natuurlijke stem is. Eerst zal ik het dan ook hebben over klankkast kleuren en daarna de verschillende zeer bekende stem kleuren benoemen. Ook breng ik aan het licht waarom ik werk op deze manier en wat de overeenkomsten zijn.
Klankkast kleuren
Met deze kleur ga je uit van de bestaande stem hoe hij op dit moment is zonder enige extra spierspanning. In deze kleur is je mondstand open en is er geen spanning in de keel. Vanuit de lichte kleur kun je alle ingrediënten bijvoegen. Het is dus zaak om deze kleur als allereerste onder de knie te krijgen. Alle oefeningen worden in deze kleur gedaan en je kunt hiermee alle stijlen gaan zingen. In deze kleur moet je volledige ontspanning hebben in de nek en keel.
Als warming-up is het vaak ook heel lekker om je lichaam helemaal af te rollen voordat je gaat beginnen. Je laat je kin op je borst vallen en je handen langs je lichaam naar beneden. Je gaat naar beneden achter het gewicht aan van je hoofd en handen. Als je helemaal beneden bent schud je, je schouders even uit. Dit geeft jou de maximale ontspanning voor het zingen. Let tijdens het zingen erop dat je de kin actief omlaag doet om je mond verder open te krijgen bij hoge noten. Bij lagere noten hoeft de mond niet te ver open omdat lagere noten niet veel ruimte nodig hebben. Ga bij hoge noten nooit met je hoofd in je nek zingen je moet eerder je kin naar je borst brengen. In het middengebied moet je ook altijd actief blijven. Articuleren is ook zeer belangrijk om het actief te houden. Alle basistechnieken zijn hierbij van toepassing.
Om deze kleur te krijgen hoef je alleen maar wat toe te voegen aan de lichte kleur. Je moet de verschillende kleuren niet als aparte stemmen beschouwen maar meer zien als benaming van de techniek die je gebruikt bovenop je eigen stemkleur.
Achter je ogen in je hoofd zit ook nog ruimte. Deze ruimte kun je apart aanspreken. Door je neus iets op te trekken kun je deze klankkast gebruiken. Zorg er wel altijd voor dat je keel open blijft. In het begin zal je de neus iets verder omhoog moeten trekken om het resultaat te krijgen, maar na wat oefening zal je de neus maar klein beetje op hoeven te trekken om hetzelfde resultaat te verkrijgen. Als je dit wilt doen in de hoogte wordt het wel wat lastiger. Waarschijnlijk voel je dan al gauw je keel. Je moet dit dus ook niet te hoog doen. Dit kun je het beste zelf aanvoelen. Als het niet pijn doet in de hoogte maar je merkt wel dat je keel niet volledig open staat heet dat Belten. Hier ga ik later nog op in.
Dit is de lichte kleur met een extra ingrediënt. Bij deze kleur is de mondstand bijna altijd zeer ver open. Hierbij gaat de stem zijn vrije loop naar buiten met behulp van de buikspieren. Alle klankkasten worden tegelijkertijd gebruikt. Het hele lichaam trilt intern. Voor heel veel mensen is het moeilijk om hun stem gewoon maar te laten lopen. Maar in de klassieke stijl gebeurt dat dus wel. Het is niet zo dat ze de controle verliezen maar hun stem kan wel in zijn geheel bewegen.
Eigenlijk kun je alle kleuren combineren met elkaar in één lied. Je werkt altijd vanuit de lichte kleur en stopt daar een ingrediënt bij als je iets wilt veranderen aan de kleur. Het is wel belangrijk om de basistechnieken altijd in je achterhoofd te houden, want die zorgen er voor dat je altijd de juiste manier van zingen gebruikt.
De kleur is het geluid van je stem waarmee je spreekt. Eigenlijk is het dus praten met noot hoogtes. Het is een volle kleur en wordt meestal in het middengebied van je stem toegepast. Je kunt met deze kleur niet heel hoog. Meestal klinkt dit ook stevig en is luider dan de Cry.
Deze kleur komt heel dicht bij wat ik noem de lichte kleur. Het verschil is dat je hier een huilstand bij moet opzoeken. Deze wordt ook wel de klassieke zangstem genoemd. Nog een verschil is dat hier niet vanuit de eigen stem wordt gekeken, maar een bepaald geluid moet worden geproduceerd. Eigenlijk is dit bij al deze drie stemkleuren zo.
Bij deze kleur wordt een zeer schel geluid voortgebracht. Je moet je mondhoeken naar de zijkant trekken en je neus optrekken. Zing maar eens “yeh” op een ladder van vijf noten heen en weer. Dit kan ook met kwek. In de hoogte is dit heel hard en schel. Persoonlijk vind ik dit niet echt een mooi geluid en slaat gauw op de keel. Het enige wat overeenkomt is bij de Volle kleur de neus optrekken. Maar hier houd je het wel open en de kin weer omlaag. Ik adviseer om deze kleur alleen maar te gebruiken indien dit in het lied noodzakelijk is. Bij veelvuldig gebruik zul je last van je stem krijgen en pijn in de keel. In het ergste geval zul je knobbeltjes op de stembanden krijgen.
Belten is ook een bekende benaming en hoort qua techniek bij de Twang. Het enige verschil is dat je dit heel hoog doet. En ook bij belten geld dat je dit niet te vaak moet doen voor het behoud van je stem.
De rest kun je lezen in De Zang-Coach!